Tag Archief van: 20e eeuw

Familiekroniek

In opdracht van twee Leidse ondernemersfamilies maak ik een familiekroniek. De familieleden leveren hun verhalen aan, als historicus doe ik aanvullend onderzoek en maak ik er uiteindelijk een manuscript van. Een nieuw type project in een voor mij wat minder bekende stad, dus een dubbel zo interessante uitdaging!

Humanitas DMH 40 jaar

De zorg voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking vormt in 1983 de basis voor Humanitas DMH. De humanistische visie zorgt voor een nieuw en enigszins tegendraads geluid. Een individuele benadering, acceptatie van de mens zoals hij is en zoeken naar mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden – dat moet voorop staan. Er worden wooncentra opgericht, de hulp breidt zich uit naar ambulante zorg en in 2023 viert Humanitas DMH trots haar 40-jarige jubileum.

In opdracht van Humanitas DMH zocht ik de versnipperd geraakte geschiedenis van deze organisatie van doeners uit. In 40 jaar tijd was er enorm veel bereikt, maar was er weinig over vastgelegd. Door het afnemen van het interviews en het opsporen van de archiefdocumenten die er wel waren, kon ik een historisch verslag opstellen. Op basis van dat verslag maakte Humanitas DMH een inspirerende jubileumuitgave.

Onteigening/rechtsherstel

In opdracht van diverse gemeenten in het land doet het team Advies & Actualiteit van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek naar onteigening van Joods onroerend goed tijdens de Tweede Wereldoorlog en daaropvolgend rechtsherstel. Ingrid van der Vlis werkt als onderzoeksleider mee bij vier projecten in Noord-Holland: Alkmaar, Den Helder, Bergen en omliggende gemeenten, en Zaanstad.

Woningen van Joodse eigenaren werden door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog onteigend en zo mogelijk doorverkocht. De administratie van deze roofpraktijk is vastgelegd in zogenoemde Verkaufsbucher. Na de oorlog volgde rechtsherstel, op een manier die we tegenwoordig als kil en formalistisch beschouwen. Steeds meer gemeenten vragen zich af welke rol hun organisatie in die jaren speelde. Heeft de gemeente zelf panden aangekocht? En zo ja, is daar dan rechtsherstel voor verleend?

Geschiedenis compleet

Op 6 maart 2016 is in een bomvolle Van der Mandelezaal in het Prinsenhof het tweede deel van de Delftse stadsgeschiedenis gepresenteerd: Vooruit met veel verleden. Arthur Japin hield een zeer levendige voordracht over zijn roman De zwarte met het witte hart, gebaseerd op het historische verhaal van twee Ashanti-prinsen die in negentiende-eeuws Delft opgroeiden. Vervolgens schetste Ingrid van der Vlis een beeld van de ruim twee eeuwen Delftse geschiedenis, aan de hand van twee belangrijke Delftse troeven: techniek en toerisme. Tot slot ontvingen drie nieuwe Delftenaren dit tweede deel van de stadsgeschiedenis.

Vooruit met veel verleden. Geschiedenis van Delft vanaf 1795, uitgegeven bij WBooks en nu voor de introductieprijs van 34,95 euro.

Luis in de pels

Ongeveer honderd jaar geleden schudde anarchist Jurriaan van Aggelen de Delftse gemeentepolitiek flink op. Hij wist de burgemeester en zijn mederaadsleden regelmatig op de kast te jagen met zijn vaak onorthodoxe uitspraken. Hoewel Van Aggelen begon als socialist en anarchist stond hij later juist bekend als socialistenvreter, wat een tegenstrever op uitroep ontlokte: ‘In Delft schijnt op politiek gebied alles mogelijk’. Een bescheiden eerbetoon aan deze luis in de pels in de Delft op Zondag van 3 januari 2016.

Een groene long

Een stadsgeschiedenis gaat niet alleen over stenen en huizen. Toen Delft ontstond, lag de stad te midden van het groen. Die situatie veranderde in de loop van de eeuwen. Na grote stadsuitbreidingen werd naarstig geprobeerd een deel van dat groen te behouden. Met de aanleg van de Delftse Hout zorgde de stad voor “een groene long” voor haar bewoners.

Blij met spoorwegviaduct

Het nieuwe station van Delft is met veel tromgeroffel geopend. Eindelijk kan dat afschuwelijke spoorwegviaduct dat dwars door de stad loopt afgebroken worden. Precies 50 jaar geleden werd datzelfde spoorwegviaduct echter als hypermoderne oplossing voor de ontstane verkeerschaos geopend. Niets zo veranderlijk als geschiedenis.

Barakken in Duyvelsgat

De eerste studentenhuisvesting van Nederland stond in Delft voor studenten van de Technische Hogeschool. De barakken die hier in 1949 verrezen, werden door de ingenieurs in spe zelf in elkaar gezet. De lang verwachte woningen stonden op een stuk grond genaamd het Duyvelsgat. Tegenwoordig van de Delftse kaart gehaald, toen liefkozend als naam voor de studentenhuisvesting gebruikt. De woningnood was immers hoog, studenten woonden maar wat graag in zo’n duivelse barak.

Normen en waarden

Burgemeester Van Baren wond er in de jaren ’20 en ’30 geen doekjes om. Er werd te veel gedronken in Delft, en hij vond het ook maar niets dat er geen dansbepalingen voor de stad waren. Met al die nieuwe “seksueel getinte paardansen” zou het snel uit de hand kunnen lopen. In de gemeenteraad maakte hij zich hard voor nieuwe wetten: minder drankvergunningen, strengere dansbepalingen en – als het even kon – geen activiteiten meer die de zondagsrust konden verstoren. Delft wees voortaan moreel de weg. In Delft op Zondag (oei!) een blog over deze strikte zedenprediker.

Ruzie om vluchtelingen

Honderden Belgische vluchtelingen kwamen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 in Delft aan. De Delftenaren werkten samen om hen onderdak te verlenen. De ellende van de Belgen verbroederde. Dat veranderde toen zij voor het merendeel weer naar Antwerpen terugkeerden, maar voor een klein deel in de stad bleven. De burgemeester wilde hen doorsturen naar vluchtelingenkampen, het hulpcomité wilde hen in Delft houden. In Delft op Zondag is te lezen hoe de Delftenaren deze ruzie wisten op te lossen.

Tag Archief van: 20e eeuw

Meer lasten dan lusten

Sluit Schiedam! Aan het eind van de 19e eeuw klinkt die leus tot in de Tweede Kamer. De brandersindustrie en de jeneverstokerij van Schiedam maken dan turbulente tijden door, terwijl alcoholmisbruik als een steeds groter maatschappelijk probleem wordt beschouwd. Vooral jenever is ‘erger dan de cholera’, zo wordt iedereen ingepeperd. Halen Schiedammers hun schouders op over deze waarschuwingen? Of zijn het juist de Schiedammers die aan de bel trekken over misstanden en problemen? En gaat het hen dan om de alcohol of hebben zij ook met andere lasten van het brandersbedrijf en de jeneverindustrie te maken?

Dit artikel van Ingrid van der Vlis verscheen in de bundel ter gelegenheid van 750 jaar stadsrecht Schiedam.

Laurens Priester, Merel Blok en Caroline Nieuwendijk (red), Nieuwe vergezichten. Schiedam in twaalf vertellingen (gemeente Schiedam 2025) ISBN 9789073677401, 456 pagina’s, ruim geïllustreerd.

40 jaar Humanitas DMH

De zorg voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking vormt in 1983 de basis voor Humanitas DMH. De humanistische visie zorgt voor een nieuw en enigszins tegendraads geluid. Een individuele benadering, acceptatie van de mens zoals hij is en zoeken naar mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden – dat moet voorop staan. Er worden wooncentra opgericht, de hulp breidt zich uit naar ambulante zorg en in 2023 viert Humanitas DMH trots haar 40-jarige jubileum.

In opdracht van Humanitas DMH zocht ik de versnipperd geraakte geschiedenis van deze organisatie van doeners uit. In 40 jaar tijd was er enorm veel bereikt, maar was er weinig over vastgelegd. Door het afnemen van het interviews en het opsporen van de archiefdocumenten die er wel waren, kon ik een historisch verslag opstellen. Op basis van dat verslag maakte Humanitas DMH een inspirerende jubileumuitgave.

Joodse burgers in Zaanstad: onteigening en rechtsherstel

Rapport over de rol van de gemeente in het proces van onteigening en rechtsherstel, in opdracht van gemeente Zaanstad. Uitgevoerd door het team Advies & Actualiteit van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ingrid van der Vlis werkte als onderzoeksleider mee aan dit rapport, en aan drie verwante projecten in Noord-Holland: Alkmaar, Den Helder en Zaanstad.

Woningen van Joodse eigenaren werden door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog onteigend en zo mogelijk doorverkocht. De administratie van deze roofpraktijk is vastgelegd in zogenoemde Verkaufsbucher. Na de oorlog volgde rechtsherstel, op een manier die we tegenwoordig als kil en formalistisch beschouwen. Steeds meer gemeenten vragen zich af welke rol hun organisatie in die jaren speelde. Heeft de gemeente zelf panden aangekocht? En zo ja, is daar dan rechtsherstel voor verleend?

Joodse burgers in Den Helder: onteigening en rechtsherstel

Rapport over de rol van de gemeente in het proces van onteigening en rechtsherstel, in opdracht van gemeente Den Helder. Uitgevoerd door het team Advies & Actualiteit van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ingrid van der Vlis werkte als onderzoeksleider mee aan dit rapport, en aan drie verwante projecten in Noord-Holland: Alkmaar, Noord-Holland I (Bergen en omliggende gemeenten) en Zaanstad.

Woningen van Joodse eigenaren werden door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog onteigend en zo mogelijk doorverkocht. De administratie van deze roofpraktijk is vastgelegd in zogenoemde Verkaufsbucher. Na de oorlog volgde rechtsherstel, op een manier die we tegenwoordig als kil en formalistisch beschouwen. Steeds meer gemeenten vragen zich af welke rol hun organisatie in die jaren speelde. Heeft de gemeente zelf panden aangekocht? En zo ja, is daar dan rechtsherstel voor verleend?

Vooruit met veel verleden

Delft kampte in 1795 met een stoffig en saai imago. De stad moest zich na een diepe inzinking opnieuw uitvinden. Militaire nijverheid en de juiste contacten zorgden ervoor dat de stad in 1842 de Koninklijke Akademie verwierf. Deze voorloper van de Technische Universiteit maakte Delft tot een succesvolle industriestad, die ook cultureel opbloeide. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de industrie verder en breidde Delft met steeds meer hypermoderne woonwijken uit. De historische binnenstad bleef echter ook om aandacht vragen, al was het maar vanwege de toenemende aantallen toeristen die eropaf kwamen. Het bleek een uitdaging de drang naar creatieve vernieuwing en modernisering te combineren met de toeristische grachtenstad die Delft eveneens was.

Opdrachtgever: Stichting Geschiedschrijving Delft

Vooruit met veel verleden. Geschiedenis van Delft na 1795 (Zwolle, uitgeverij WBooks 2016)

Poptahof

Poptahof was de eerste hoogbouwwijk van Delft. Acht enorme flatgebouwen die begin jaren ’60 in de weilanden verrezen. Met de 1000 woningen die daar gereed kwamen, zou de woningnood in één klap beteugeld kunnen worden. Daarbij had de woningbouwvereniging het idee dat leven in een flat vanzelf tot gemeenschapsgevoel zou leiden. Dat laatste bleek lastig. Gehorige woningen, kapotte verwarmingen, verstopte stortkokers… het waren kinderziektes die vooraf niet voorzien waren. Hoewel vele gezinnen met plezier in de Poptahof woonden, trokken er ook vele in de loop van de jaren ’70 en ’80 weer uit. De flats werden sindsdien wisselend bewoond door gastarbeiders, vluchtelingen en studenten. In 2006 startte een drastische renovatie, waarbij juist de flats bleven staan en de leefbaarheid op andere manieren terug gewonnen zou worden. Die flats vormen ook nu nog het hart van de vernieuwde Poptahof, nog steeds een buurt vol idealen.

Het andere straatje van Vermeer

Enkele Delftse burgers richtten in 1907 een woningbouwvereniging op, genaamd De Goede Woning. Hun eerste actie was het laten bouwen van 32 woningen in de Vermeerstraat. Het lijkt een bescheiden resultaat, maar geldt als belangrijk pionierswerk. Het waren de eerste Woningwetwoningen van Delft.

Bewoners mevrouw H.E. Fraase Storm-Van de Werken en mijnheer Th.G.A. Eekhout deden historisch onderzoek naar de geschiedenis van hun straat. Ingrid van der Vlis nam op verzoek van de huidige woningbouwvereniging Woonbron Delft de eindredactie op zich.

Die Delfgaauwse Weye

In de jaren ’50 verrees in Delft een bijzondere wijk: met de eerste flat in de stad en volgens het principe ‘van de wieg tot het graf’. Die Delfgaauwse Weye had het allemaal: kinderopvang op de begane grond, bejaardenverzorging op de eerste twee verdiepingen, chique flatwoningen daarboven voor gezinnen en zowel een kleuterschool als mortuarium in de directe nabijheid. Ondanks vergrijzing van de bewoners en de toenemende overlast van rijksweg A13 bleef de wijk een bijzondere plek. Eigenaar Woonbron zag dit in en zette eind jaren ’90 in op een volledige herstructurering. Bij de oplevering van de vernieuwde wijk verscheen dit historische overzicht over de ontstaansgeschiedenis van Die Delfgaauwse Weye.

Opdrachtgever: Woonbron Delft

In dienst

Als afsluiting van een geslaagd verhalenproject voor het festival Gelegerd in Gelderland verscheen een bundel met diverse herinneringen aan de militaire dienst. Om de losse interviews die via oral history verzameld waren van een historisch kader te voorzien, schreef Ingrid van der Vlis drie korte teksten over dienstplicht van de jaren ’40 tot de jaren ’90 in de twintigste eeuw.

 

Jette Janssen (red.), In dienst. Persoonlijke verhalen over het militaire leven in Gelderland (Zutphen 2012)

Zuster Keizer, kunt u even komen?

De wijkverpleegkundige was lange tijd de vraagbaak voor jong en oud, en de steun en toeverlaat voor ieder die het nodig had. Kiet Keizer (geboren in 1925) begon haar opleiding in het Gemeenteziekenhuis van Schiedam, behaalde de benodigde aantekeningen en werkte vanaf 1960 als wijkverpleegkundige in Schiedam Oost. Als geen ander bekommerde zij zich om de haar toevertrouwde gezinnen. Zuster Keizer regelde alles, en iedereen kende Zuster Keizer. Haar smakelijke verhalen over deze verhalen ‘in de wijk’ staan bijeen in dit boek, in de serie Schiedamse vertellingen.