Tuighuis

Het Armamentarium in Delft dateert uit 1602 en heeft vele functies – en namen – gehad. Gebouwd als wapenopslag kreeg het complex in 1945 tijdelijk een nieuwe bestemming: als gevangenis voor ‘foute’ Delftenaren, in de volksmond beter bekend als het “Tuighuis”. In het hele land verrezen dergelijke interneringskampen. Het Delftse kamp bleef in gebruik tot 1948, toen de zuivering vrijwel voltooid was. Het Armamentarium bleef toen geruime tijd leeg staan tot het Legermuseum zich er vestigde, tot 2013. Inmiddels is het complex toe aan weer een nieuwe bestemming met weer een nieuwe naam: het ArsenaalDelft. In de Delft op Zondag een bijdrage over de periode als Interneringskamp Delft.

Luis in de pels

Ongeveer honderd jaar geleden schudde anarchist Jurriaan van Aggelen de Delftse gemeentepolitiek flink op. Hij wist de burgemeester en zijn mederaadsleden regelmatig op de kast te jagen met zijn vaak onorthodoxe uitspraken. Hoewel Van Aggelen begon als socialist en anarchist stond hij later juist bekend als socialistenvreter, wat een tegenstrever op uitroep ontlokte: ‘In Delft schijnt op politiek gebied alles mogelijk’. Een bescheiden eerbetoon aan deze luis in de pels in de Delft op Zondag van 3 januari 2016.

Een groene long

Een stadsgeschiedenis gaat niet alleen over stenen en huizen. Toen Delft ontstond, lag de stad te midden van het groen. Die situatie veranderde in de loop van de eeuwen. Na grote stadsuitbreidingen werd naarstig geprobeerd een deel van dat groen te behouden. Met de aanleg van de Delftse Hout zorgde de stad voor “een groene long” voor haar bewoners.

Oude Kerk afgebroken?

De Oude Kerk in Delft wordt nu liefkozend de “Scheve Jan” genoemd. In de negentiende eeuw zag het stadsbestuur die scheefstand juist als een probleem. Onderhoud kostte veel geld en eigenlijk stond de toren in de weg om een goede doorvaart in de stad te garanderen. Afbreken zou een win-win situatie opleveren. Tenminste, als de burgers van Delft het daar ook mee eens waren… In een relatief vroeg burgerprotest wisten zij de afbraak te voorkomen, niemand mocht aan hun Scheve Jan komen!

Militairen als motor

De mobilisatie in 1939 zorgde niet alleen voor veel onrust en angst in Delft, maar ook voor blije gezichten. De winkeliers hadden het al jarenlang moeilijk door de economische crisis. Eerder al was het garnizoen uit Delft vertrokken en waren de militaire werkplaatsen uit de stad verdwenen. Nu kreeg de middenstand opeens honderden extra mannen in de schoot geworpen, die als economische motor voor de stad fungeerden. Militairen als economische motor in Delft op Zondag.

Blij met spoorwegviaduct

Het nieuwe station van Delft is met veel tromgeroffel geopend. Eindelijk kan dat afschuwelijke spoorwegviaduct dat dwars door de stad loopt afgebroken worden. Precies 50 jaar geleden werd datzelfde spoorwegviaduct echter als hypermoderne oplossing voor de ontstane verkeerschaos geopend. Niets zo veranderlijk als geschiedenis.

Sterke dames

Delft was in de negentiende eeuw een mannenbolwerk: militaire werkplaatsen, een garnizoen soldaten, technische studenten en steeds meer fabrieksarbeiders. Toch is de sociale geschiedenis van de stad niet te schrijven zonder een aantal zeer sterke dames te noemen.

Barakken in Duyvelsgat

De eerste studentenhuisvesting van Nederland stond in Delft voor studenten van de Technische Hogeschool. De barakken die hier in 1949 verrezen, werden door de ingenieurs in spe zelf in elkaar gezet. De lang verwachte woningen stonden op een stuk grond genaamd het Duyvelsgat. Tegenwoordig van de Delftse kaart gehaald, toen liefkozend als naam voor de studentenhuisvesting gebruikt. De woningnood was immers hoog, studenten woonden maar wat graag in zo’n duivelse barak.

Uitzonderlijk saai

Een reiziger beschreef Delft in 1789 als “een uitzonderlijk saaie” stad. Niet echt een aanmoediging om daar nu eens dieper in te duiken. De werkelijkheid bleek gelukkig een stuk spannender. Juist in deze jaren maakte Delft de ene na de andere revolutie mee. Patriotten wilden meer inspraak, orangisten wilden de familie Van Oranje aan de macht houden. De strijd tussen patriotten en orangisten was hier zodanig fel dat voor- en tegenstanders elkaar regelmatig de maat namen. De blog in Delft op Zondag gaat over machtswisselingen en plunderingen, wat nou saai?

Normen en waarden

Burgemeester Van Baren wond er in de jaren ’20 en ’30 geen doekjes om. Er werd te veel gedronken in Delft, en hij vond het ook maar niets dat er geen dansbepalingen voor de stad waren. Met al die nieuwe “seksueel getinte paardansen” zou het snel uit de hand kunnen lopen. In de gemeenteraad maakte hij zich hard voor nieuwe wetten: minder drankvergunningen, strengere dansbepalingen en – als het even kon – geen activiteiten meer die de zondagsrust konden verstoren. Delft wees voortaan moreel de weg. In Delft op Zondag (oei!) een blog over deze strikte zedenprediker.